''…..Waaraan had ik in hemelsnaam mijn uitnodiging te danken?….''
Anish over het toernooi Biel 2012


vertaling: Ben Blakmoor


In ons bescheiden schakerswereldje vormt een klein aantal traditionele toptoernooien de kern van de schaakkalender. Biel Chess Festival is zo'n evenement en ik had voor de tweede keer het geluk te mogen deelnemen. Het was de 45e editie. De organisatoren waren erin geslaagd een opmerkelijk veld samen te stellen. Ik was verheugd daarvan deel uit te maken, maar ik vroeg me af hoe het mogelijk was dat ik naast sterren als Carlsen, Morozevich, Nakamura, Wang Hao, Bacrot (en later ook Bologan) mocht aantreden.

Het feit dat ik het Nederlands kampioenschap overtuigend (met 6 uit 7) had gewonnen, gaf mij vleugels in Biel, waar ik het moest opnemen tegen de wereldtop.

Tegen Smeets had ik met zwart de laatste partij gespeeld. Nu moest ik in de twee eerste ronden opnieuw met zwart aan de bak. Tegen Morozevich en Nakamura kwam ik al dadelijk onder zware druk te staan. Desondanks kwam ik met 1½ uit 2 goed uit de startblokken. Niet zonder fortuin, zoals mijn partij tegen Morozevich laat zien.

Het werd zo langzamerhand tijd dat ik ook eens met wit mocht spelen. Tegen Etienne constateerde ik met verbazing dat hij tamelijk onverwacht zich van de koningsindische verdediging is gaan bedienen. Ik kon mijn ogen niet geloven. Voor alle zekerheid had ik een valletje voorbereid in een lange, geforceerde variant die een paar maanden eerder was voorgekomen in een partij in de Franse liga tegen de Nederlandse kenner pur sang van deze opening: Loek van Wely. Het valletje werkte en na die mooie partij nam ik al na drie ronden onverwacht de leiding.

Mijn voornemen om mijn succes op een gedegen wijze te consolideren tegen Wang Hao bleek een vergissing te zijn. In een kritieke variant van de Sämisch begon ik te aarzelen en ik twijfelde aan mijn voorbereiding en aan mijn geheugen. Het stond me vaag bij dat een opstelling met g3 heel solide moest zijn, maar tot mijn grote verrassing stond ik een paar zetten later al tamelijk hopeloos. Het was een pijnlijke en onplezierige ervaring zoals dat ging, maar in zo'n toernooi kun je het jezelf niet veroorloven om daar lang bij stil te staan. Gelukkig kwam ik met de juiste instelling terug om met zwart Carlsen het vuur aan de schenen te leggen.

Tegen mijn oude vertrouwde Russische verdediging probeerde de nummer 1 van de wereld wanhopig een speelbare stelling te bereiken. Doorgaans heb ik geen problemen met een dergelijk scenario en al snel na de opening dacht ik al aan iets meer dan het koesteren van een houdbare stelling. Magnus bedacht een paar venijnige zetten: a4!? en Te4!? maar hij maakte een fout na mijn Pf6! en mijn voordeel begon vormen aan te nemen.
Kort daarop gaf ik het voordeel al weer terug met de blunder Pd2? (het eenvoudige Dg4! overziend). Daarna besloot ik af te zien van winstpogingen en ik wilde slechts standhouden. Daarin slaagde ik uiteindelijk ook.

Je zou denken dat er nu een rustdag zou volgen, maar nee. Het toernooi was in twee delen geknipt: 6 en 4 partijen. Dat gebeurde om te synchroniseren met het open toernooi, dat elf ronden telde.

Na twee ronden was Morozevich om gezondheidsredenen soepeltjes vervangen door Bologan. Dat was nu mijn volgende tegenstander. Ik kon mij geen beter resultaat hopen uit de gespeelde opening. Mijn Pd2 zag er bescheiden uit, maar ik was heel tevreden over mijn opstelling met Pd2 en Pc2. Na zo'n 13 zetten begon ik al voorzichtig aan winst te denken. Ik kon een glimlach niet onderdrukken toen Houdini tegensputterde en 0.00 aangaf. Daarmee werd nog eens onderstreept dat mijn beoordeling van stellingen nog wel eens te wensen overlaat, zelfs in mijn favoriete Lg2 varianten.

Desondanks won ik een paar zetten later een pion. Ofschoon mijn tegenstander wel degelijk enige compensatie bezat, was dit toch niet genoeg om het evenwicht te bewaren. In zijn tijdnood mobiliseerde ik mijn stukken, maar tot mijn verrassing slaagde zwart erin de eerste storm te luwen.

Mijn zet Tb1? was lelijk en onlogisch, maar misschien verklaarbaar door het feit dat ik had overzien dat mijn paard op a7 (na de jacht op de pion aldaar: Pb6 Pa5 Td6! Pc6 Td2!), na Td2xa2 aangevallen zou staan, net als zijn paard op b6. Dit was een onaangename verrassing en ik verloor bijna mijn controle over de stelling. Gelukkig vond ik het sterke Pd2! op zet 41, onmiddellijk na de tijdcontrole. Dit omspelen bracht het voordeel weer aan mijn zijde. Het bleef evenwel moeilijk om de pluspion te converteren, maar dankzij een paar onnauwkeurigheden van mijn tegenstander en enkele precieze eigen zetten, slaagde ik er na zeven uur en 90 zetten in om de partij te winnen.

Nu kwam de rustdag als geroepen. Een zwoele avond in een op een hoogte gelegen restaurant met een magnifiek uitzicht op de Bielersee completeerden die rustdag en voor ik er erg in had had ik alweer te maken met Hikaru, ditmaal met wit.

s Met een aantal listige zetvolgorden kreeg ik Hikaru in een openingsvariant waarin ik mij (bescheiden als ik ben) een expert mag noemen. Het was er bovendien een die hij niet bleek te kennen. Ik speelde heel behoorlijk met goed geplaatste ruilen op d4, b4 en a8. Ik was bijzonder ingenomen met mijn zet Tc1! maar het welslagen daarvan hing ervan af of Pc7 na Lb7 al of niet goed was. Na een tijdje hiernaar gekeken te hebben besloot ik Hikaru te geloven en ik speelde het speculatieve Dc4. Tot mijn teleurstelling constateerde ik nadat Hikaru nam, dat het geplande Lxc4 faalt op Pxe4! Te1 Kf8! f3 Ta5! en daarom moest ik berusten in remise. Pc5 daarentegen was zeer sterk, want na Txc5 Dxd3 zou e5! materiaal winnen, maar dat had ik gemist. Dat was jammer, maar zoals ik eerder al opmerkte, in zo'n toernooi moet je niet hoofdschuddend achterom kijken.

Ik was opgetogen toen mijn volgende tegenstander, Etienne Bacrot, 1. e4 speelde, een zet die hij tegenwoordig nog maar nauwelijks speelt. Toch betreurde ik even later mijn openingskeuze. In mijn strijdlustige gemoedsstemming besloot ik een beetje te dollen in de Najdorf, maar ik kwam terecht in een ongebruikelijke stelling waarmee ik niet goed raad wist.

Mijn zet bxa3?? kan worden gezien als het resultaat van onbegrip en walging, maar ik werd desondanks beloond (al blijft het onduidelijk waarvoor) door een blunder van mijn tegenstander. Ik besloot de partij zoals de computers doen: mijn tegenstander geen moment met rust latend. Toch had het een stuk moeilijker kunnen worden, als hij niet in zo'n grote tijdnood had verkeerd.

Gewikkeld in een gevecht om de eerste plaats en in aanmerking genomen het 3-1-0 scoringssysteem, was ik er met wit klaar voor om Carlsen het hoofd te bieden. De gewiekste Noor vond opnieuw een maniertje om de theorie gemakkelijk te ontwijken en we kwam al vrij snel op ongebaande paden. Mijn zet Pe5 was een tikkeltje voorbarig en mijn voordeel (als dat er al was) verdampte al snel. De taktische verwikkelingen met Pf5! waren leuk, maar slechts goed voor remise.

Over mijn laatste partij is niet veel meer te melden, dan dat ik een soort dubbele zelfmoordpoging tegen Wang Hao pleegde. De partij was al net zo eenzijdig als de vorige. Mijn plan om Lh6 in te lassen werkte om enkele taktische redenen niet.

Hierdoor enidigde ik op een gedeelde 3e plaats met Nakamura. Ik wilde geen spitsvondigheden toepassen door aan te voeren dat ik eigenlijk een lagere Berger-score had dan Hikaru, aangezien ik Morozevich had verslagen die slechts 0 punten had vergaard, terwijl hij van Bologan had gewonnen, die meer punten had verzameld. Zodoende passeerden Hao en Carlsen mij op de ranglijst.

Wang Hao werd dus mijn ondergang, maar deze vriendelijke Chinees won zelfs het toernooi nog, mede dankzij zijn aanvallende spel en ook wel het van het voetballen afgekeken scoringssysteem. Het werd wellicht het beste resultaat uit zijn carrière tot dusver.
Wat mijzelf betreft nadat ik de teleurstelling van de laatste partij had vergeten, was ik verheugd met mijn Elo-winst van 19 punten. Een uitstekend diner besloot dit toernooi. Met een tevreden gevoel spreek ik de hoop uit hier te mogen terugkeren.